Gierig

Gierig

nov 15

De uitnodiging lag al weken op de keukentafel. Een kennis van mijn ouders werd 80 en hij gaf een feest op woensdagmiddag van half twee tot vijf.
Met mijn ouders toog ik naar de afgesproken locatie, het clubhuis van een speeltuin. Voor een hoogbejaarde leek het me de juiste omgeving om zijn verjaardag te vieren. Ook het tijdstip was uitmuntend gekozen, het krioelde van de spelende kinderen.
De jarige ontving ons gezeten in een versierde stoel. Dat vonden wij een hele prestatie van hem, normaliter liet hij zijn verjaardagsvisite achter in de woonkamer, terwijl hij op zijn slaapkamer televisie keek.
De cadeaus werden uitgepakt, we werden voorzien van koffie en gebak. Er werd hoorbaar van gesmuld.
Niet veel later deden de gasten zich tegoed aan het warme en koude buffet. Enkele haringen werden met staartje en al verorberd door een slechtziende tante van mij.
Het was een gezellige drukte. Jonge jenever en advocaat met slagroom waren favoriet. Neuzen en wangen kleurden steeds roder, herinneringen aan vroeger werden opgehaald.
De jarige keurde het buffet en ging vervolgens op de stoel naast mij zitten.
Ik had hem regelmatig ontmoet bij mijn ouders en zijn overleden Duitse vrouw en ik waren naamgenoten geweest.
Vol trots toonde hij mij een gouden ketting met een medaillon. Hij opende de hanger en er verscheen een foto van zijn vrouw, Gretchen. Voordat ik een reactie kon geven gooide hij zijn hoofd op mijn linkerschouder. Hij begon zachtjes te huilen en stortte vervolgens zijn hart uit, het leek wel een beetje op biechten.
“ Och Greetje, Ik ben altijd zo gierig geweest, nooit heb ik Gretchen een cadeau gegeven.
Ik heb pas deze gouden ketting gekocht, maar daar heeft zij niets meer aan. Ik had geld zat, maar was te beroerd om het uit te geven en nu is het te laat”. Ik heb mijn vrouw ernstig tekort gedaan”, snotterde hij in mijn nek. “En nu is ze dood. Het is te laat, het is te laat”, piepte hij nog na.
Hij snoof met zijn neus en haalde diep adem.
“En ik houd zo van haringen”, vervolgde hij zijn relaas. Dat laatste leek mij niet echt een reden om te huilen en te biechten.
“Dan ga ik naar de markt, en loop drie rondjes om de viskraam. Ik kan mijn geld niet zomaar uitgeven. Uiteindelijk koop ik één harinkje en ga met die haring op de bank liggen”.
“Waarom dan”?, vroeg ik nieuwsgierig. Misschien moest hier tóch een biechtstoel aan te pas komen. “Als ik de haring liggend opeet, glijdt hij heel langzaam door mijn keel en geniet ik er langer van. Ik probeer hem zo lang mogelijk in mijn keel vast te houden, dan heb ik meer waar voor mijn geld”, was zijn antwoord.
Ik was er stil van, zoiets raars had ik nog nooit gehoord.
Hij hing nog steeds op mijn linkerschouder toen ik lichtelijk in verwarring raakte. Had hij niet zojuist aan het buffet een haring gegeten? Lag hij niet erg scheef tegen mij aan geleund? Hij was vast een ervaren haring- in- de- keel vasthouder. Plots keek ik met andere ogen naar de verdrietsnotjes aan zijn neus. Snel duwde ik hem van me af en zette hem rechtop. Met betraande vissenoogjes keek hij me aan, waardoor mijn twijfel alleen maar toenam. Mijn medeleven sloeg om in afschuw.
Op dat moment kwam zijn zoon naar ons toe. Pa had hem instructies gegeven om de tijd in de gaten te houden. Het was kwart voor vijf, het feest zat bijna erop.
Vlug stond ik op, gaf de zoon een hand en klopte met veel moeite een paar keer op de schouder van zijn vader. Ik wilde naar buiten, naar de speeltuin. Frisse lucht en heldere kinderstemmetjes, daar was ik wel aan toe.