Schubkarre

Schubkarre

aug 22

Aber nein, er hat seine schubkarre vergessen, dacht Oostenrijkse Hilde, terwijl ze de oprit van mijn buurman Joris betrad. Hij was met vakantie in Andorra en Hilde zou de post en planten verzorgen.
Op de oprit stond een kruiwagen met spullen, schijnbaar was Joris vergeten om deze in de garage te zetten. Hilde begreep niet hoe dat kon. Zou Joris wellicht vroegtijdig zijn verstand verliezen en vergeetachtig worden, vroeg Hilde zich af. Uiteindelijk liep hij al tegen de zeventig. Bij thuiskomst zal ik hem eens goed in de gaten houden, nam ze zich voor.
Ze deed de garagedeur open en duwde de kruiwagen met inhoud naar binnen.

Twee weken later kwam Joris terug van vakantie. Hij had het in Andorra met zijn vrouw prima naar zijn zin gehad, maar was ook blij om weer thuis te zijn. Met een vrolijk gemoed liep hij een rondje door zijn huis en tuin. Buurvrouw Hilde had het fort goed bewaakt, alles zag er puik uit. Eigen haard snoefde toch het best, was zijn mening.

Naar het scheen was zijn woning bespaard gebleven van de verschillende inbraken die onze wijk teisterde, auto’s werden soms zonder pardon van de oprit gestolen. Het was een jaarlijks terugkomend ritueel. Het waren de hectische dagen voor kerst en sommige lieden hadden blijkbaar ons geld en goed nodig om de feestdagen door te komen.

Joris besloot nog een een laatste blik in de garage te werpen om daarna direct in zijn eigen bed te kruipen.
In de garage stond een hem onbekende kruiwagen. Ook de inhoud had hij nog nooit eerder mogen aanschouwen: een hogedrukreiniger, elektrische heggenschaar, twee gereedschapskoffers, verschillende afstandsbedieningen, een kabelhaspel en wat klein tuingereedschap.
Snel riep hij zijn eega.
‘Kijk hier nou, een kruiwagen, weet jij daar iets van?’ vroeg hij aan haar.
‘Wat doet dat ding hier, zouden de kinderen die er hebben neergezet?’ reageerde zijn vrouw.
‘Ja, dat weet ik ook niet, ik kan het me niet voorstellen. Wat een rare bedoening.’
‘We vragen het morgenvroeg wel aan Hilde, dat is het eerste wat je doet’, zei de buurvrouw, ‘die spullen lopen niet weg.’

Na een korte rusteloze nacht, de beelden van de kruiwagen met inhoud spookten constant rond in zijn hoofd, belde mijn buurman bij Hilde aan.
‘Hoe gaat het met je, Joris, je was je kruiwagen vergeten op te ruimen hè?’ begroette Hilde hem. ‘Ik heb hem in de garage gezet.’
‘Mijn kruiwagen? Ik kwam juist aan jou vragen of jij weet waarom dat ding in mijn garage staat.’
Het werd even stil. Ze keken elkaar met grote ogen aan en dachten hetzelfde. Van wie was dàn die kruiwagen?

Ze startten een buurtonderzoek. Na grondig speurwerk werd de rechtmatige eigenaar gevonden; een buurtgenoot die een straat verderop woonde. Er was bij hem ingebroken en de daders hadden op hun vluchtroute de gestolen kruiwagen achtergelaten op de oprit van Joris.
Hilde en Joris gaven de bestolene zijn spullen terug.
De buurt gaf Joris en Hilde de bijnamen ‘heler en verdeler.’