Je bent goed zoals je bent

Je bent goed zoals je bent

jul 31

‘Ik denk niet dat ik er ooit nog vanaf kom, ik zal ermee moeten leren leven,’ verzuchtte mijn vriendin. Gezeten op een terrasje deden we ons tegoed aan een broodje pastrami.
‘Ik kan doen wat ik wil, hij weigert te verdwijnen.’
‘Ik weet er alles van’, reageerde ik ‘ misschien is negeren een optie.’
‘Nee, wat moet ik nu?’ riep ze, terwijl ze haar handen omhoog stak, ‘volgende maand ga ik naar Curaçao en ik weiger hem mee te slepen.’
Ze liet haar handen zakken en kneep meerdere malen in de opbollende rand vlees die zich onder haar borsten en boven haar navel had opgehoopt.

‘Oh, zeg dan meteen dat je naar Curaçao gaat, daar valt dat bandje van jou niet op hoor’. Dat weet ik uit ervaring. Ik was daar twee jaar geleden, de mensen vonden mij maar een magere spriet.
Hoop en ongeloof streden met elkaar op het gezicht van mijn vriendin.
‘Ja, gedurende de hele vakantie had ik geen sjans, nada, ik was te dun. Even overwoog ik een voorgevormd billenbroekje aan te schaffen, ze lagen uitgestald in de etalages van de kledingwinkels. Maar ik had het al zo warm.
‘Als je naar Thailand zou gaan, dan had je pas echt een probleem’, zei ik tegen haar. Toen ik daar was zat ik groot, rond en blond te wezen, tussen de frêle Aziatische schoonheden, die mijn blanke huid bewonderden. Voor de kleding van de marktkraampjes was ik veel te dik en kolossaal. Jij ook, hoor’.
En in Egypte liep ik met mijn echtgenoot over straat toen een man hem naar de prijs van mijn diensten vroeg. Door de vorm van mijn gezicht werd ik aangezien voor een prostituee uit Rusland.
Ik stopte mijn relaas om een flinke teug adem te halen.

‘Dus, wat ben ik nu, dik, dun, lijk ik op een prostituee? Ben ik aantrekkelijk of juist niet? Moet ik een vulling in mijn onderbroek?’
Terwijl ik zo praatte geraakte ik bijna in een identiteitscrisis, ik kwam er niet meer uit.
Zachtjes klopte mijn vriendin op mijn hand.
‘Rustig maar, jij bent jij en dat is goed, waar ter wereld je ook bent.
‘Weet je het zeker?’ vroeg ik met een trillende lip ter bevestiging.
‘Ja, een mens is goed zoals hij is, alleen van mezelf ben ik nog steeds niet overtuigd,’ was haar antwoord.